Zijn naderende dood is voor arts en schrijver Ivan Wolffers aanleiding om over het leven te schrijven Of beter: over overleven. ‘Ik ben maar een schakel in de keten. Als mensen moeten we leren om te doen wat goed is voor ons.’

Verschenen in Magazine KBO-PCOB, april 2019

Ja, hij gaat dood. Maar dat gaat hij al heel lang. Zo’n zeventien jaar geleden kreeg arts, antropoloog en schrijver Ivan Wolffers de diagnose prostaatkanker. Sindsdien duurt het leven maar voort. ‘Het is eindeloos’, zegt hij met een glimlach.

Want er is weinig drama te halen bij Wolffers, ofschoon hij heel open is over zijn ziekte en naderende dood. Tot nu toe was er steeds een volgende behandeling mogelijk, tot de kankercellen daar weer immuun voor werden. ‘Ik heb eigenlijk al die jaren meer last van de bijwerkingen van de medicijnen dan van de ziekte zelf’, zegt hij. ‘Maar dit keer is de behandeling wel erg zwaar. Mijn energie neemt af en ik vergeet de gekste dingen, dat vind ik wel lastig.’

En daarna? Wolffers haalt de schouders op. ‘Op enig moment houden we de kanker niet meer in toom. Dat laatste stuk zal wel vervelend zijn, denk ik. Maar mijn vrouw weet ook dat ik niet koste wat kost wil doorbehandelen.’

Over dat laatste stuk voor de dood wil hij niet veel kwijt, laat staan over wat daarna komt. ‘Ik heb tegen Marion gezegd: “Als jij begraven wilt worden, dan kom maar naast mij liggen. Maar als jij gecremeerd wilt worden, doe dat dan ook maar met mij. Ik wil niet in m’n eentje de grond in.’

Wolffers is een wonderlijk geval. Een leven lang is hij een mannetje: onafhankelijk en barstend van de dadendrang. En tegelijk is hij helemaal vergroeid met de liefde van zijn leven, schrijfster en kunstenaar Marion Bloem. Hij stopte al zijn energie in zijn carrière als schrijver, arts en wetenschapper, verdiepte zich in medicijnen, voeding, darmflora en de dynamiek van culturen; hij kreeg prijzen en onderscheidingen – en tegelijk relativeert hij zijn eigen bestaan.

‘Een groot deel van wie ik was, is voorbij’, zegt hij. ‘Nu ik ouder word en ziek ben, merk ik dat ik moet loslaten. Dat gaat langzaam, gelukkig , want ik vind het leven heerlijk. Maar op het laatst zal er niks meer echt belangrijk zijn. Ik ben een schakel in de keten van het leven. En zo is het goed.’

Als hij zich zorgen maakt, dan is het over het leven, niet dat van hemzelf. Dat gaat hij te lijf zoals hij het altijd heeft gedaan: door uitbundig te studeren en erover te schrijven voor een breed publiek. Het resultaat heet Overleven. Ondertitel: Een persoonlijke kijk op een gedeelde toekomst. ‘Vraag me voortaan maar als je me ziet “Hoe gaat het met de wereld?”, zegt Wolffers. ‘Want dat vind ik echt belangrijk.’

Want: ‘Het hele leven bestaat bij de gratie van diversiteit. Dat geldt voor de wereld om ons heen, maar ook voor het leven in ons. Wist je dat elk mens zo’n 1,5 kilo darmbacteriën met zich meedraagt? Dat je tien keer meer bacteriën hebt dan lichaamscellen? Wat jij je eigen lijf noemt, is in werkelijkheid een samenspel van soorten. Dat geldt eens te meer voor de natuur en ook voor onze samenleving.’

Overleven betekent in onze tijd iets heel anders dan in de oertijd of de middeleeuwen. Eeuwenlang gingen mensen dood aan honger, oorlog en infectieziekten. Maar de grootste bedreigingen voor moderne mensen zijn vet en zoet eten, stress, eenzaamheid en overmedicalisering.

Wolffers: ‘We breken ons natuurlijke leefmilieu af en eten onze darmbacteriën kapot. We slopen ons eigen systeem door voortdurende stress. Veel mensen zijn eenzaam en worden daar ziek van. Het aantal mensen met niet overdraagbare chronische aandoeningen, zoals diabetes type 2, neemt almaar toe. Dat geldt ook voor hart- en vaatziekten en allerlei vormen van kanker. Dit is onhoudbaar.’

Wolffers is een scherp criticus van de systemen die ons overleven bedreigen. ‘Ongezond eten is goedkoop en overal verkrijgbaar. Grote bedrijven sturen met briljante marketing onze keuzes voor eten, kleding en vakanties. We denken dat we van alles te kiezen hebben, maar dat is niet zo. Echt kiezen kost tijd. Meestal reageren we gewoon op wat ons wordt aangeboden.’

Toch is Ivan Wolffers geen somber mens en is zijn boek geen doemsbericht. ‘Het individualisme van de generaties waar ik ook bij hoor, is voorbij’, zegt hij. De vraagstukken waar we voor staan, kunnen we alleen samen aan. We moeten samen leren te doen wat goed is voor ons, niet wat ieder voor zich op korte termijn het lekkerste vindt.’

Leren leven in balans met onszelf, met elkaar en onze leefomgeving, dat is de opdracht waar we voor staan, willen we overleven. ‘Ik heb geleerd om pessimistisch te zijn door wat ik weet, maar optimistisch te zijn in mijn hart’, zegt Wolffers. ‘Mensen hebben een ongelofelijk lerend vermogen en ons zenuwstelsel is helemaal ingericht op samenwerking met elkaar.’

Ook ouderen hebben hierin een rol, vindt hij. ‘We zijn er als mensen om getuige te zijn van alles wat er gebeurt: de goede momenten, maar ook de momenten van pijn. We moeten onze ervaringen doorgeven, zodat anderen weten wat er gebeurd is en we nooit meer dezelfde fouten maken. Overleven is vertellen aan je kinderen, kleinkinderen en aan iedereen die wil luisteren wat je in het leven geleerd hebt.’

Wat zijn eigen toekomst betreft is Ivan Wolffers blij met ‘de zalige overleefunit’ van zijn huwelijk. ‘Ik ben vooral dankbaar dat ik er nog steeds ben’, zegt hij. ‘We praten veel, maar meestal over waar we mee bezig zijn of wat we willen maken of schrijven. Ik verwerk veel in mijn dromen, geloof ik. Marion zegt dat ik soms huil in mijn slaap of heftig beweeg. Pas schopte ik haar ons bed uit. Ik droomde, heel levensecht, dat we op een weg liepen waar een auto recht op ons afreed, de bestuurder zag ons niet. Toen duwde ik haar de berm in.’

Ivan Wolffers. Overleven. Een persoonlijke kijk op een gedeelde toekomst. 256 blz. De Geus, ISBN 978 90 445 4168 7

Vijf gouden momenten

  1. Op één staat de ontmoeting met Marion Bloem, mijn vrouw. Ik had haar al gezien op school, maar ik was 18 en zij 14. Het leeftijdsverschil was toen te groot. Ik durfde haar niet aan te spreken, maar ik weet nu nog wat ze toen aan had. Vier jaar later zag ik haar in een dancing met haar zus en de vriend van haar zus. Die jongen kende ik en zo durfde ik contact te leggen. Een paar maanden later al woonden we samen en dat doen we nu nog.
  • Zal ik op alle overige plaatsen de geboortes zetten van onze zoon en onze kleindochters? Want dat was elke keer zo fantastisch. Toen Kaja kwam voelde ik: nu geef ik echt leven door, hier leef ik voor, hem moet ik beschermen, ik moet hem van alles leren – en weer loslaten. Dat allemaal tegelijk. Ik kan dat geluk zo weer voelen bij onze kleindochters, als ik ze volg door het huis of ze voorlees.
  • Ik ben een familyman, dus het wordt een saai rijtje vrees ik. Want ik heb zo’n goede herinneringen aan onze vakanties samen: een huis huren, wandelen, eten. Dat doen we nu minder omdat onze zoon gescheiden is. Dat maakt het samen zijn helaas ingewikkelder. Maar alleen de gedachte al aan hoe we dat deden maakt me blij.
  • Moet ik ook iets van mijn werk noemen? Een gouden moment was toen ik in 2005 de Van Walree prijs kreeg voor mijn oeuvre, met name voor de medische publieksvoorlichting. Ik heb in mijn vak mijn eigen weg gezocht, dit was een grote erkenning. En er zat een geldprijs aan vast. Dat is ook leuk hoor, een keer geld krijgen zonder ervoor te werken…
  • In 2009 kregen Marion en ik samen een onderscheiding: we werden allebei officier in de Orde van Oranje Nassau. We waren door vrienden gevraagd voor een lunch, ik was blij omdat we met z’n allen wat gingen doen. Toen we stopten bij het stadhuis begon het me te dagen. Maar toen kwam Kaja op me af en fluisterde: ‘Ief, Marion krijgt óók een lintje’. Dat ontroerde me diep.

Paspoort

Ivan Wolffers (1948) studeerde geneeskunde en zette begin jaren zeventig met studiegenoten de eerste publieke gezondheidswinkels op. Hij was enkele jaren huisarts, maar koos voor een vrijer bestaan. Hij schreef de column Medicijnstrip voor de Volkskrant, was lid van het Werkteater en reisde met vrouw en zoon de wereld rond.

Hij schreef romans, kinderboeken, voorlichtingsboeken en wetenschappelijke artikelen. In 1977 verscheen de eerste editie van het standaardwerk Medicijnen, dat elke twee jaar werd vernieuwd en waarvan er honderdduizenden werden verkocht. Wolffers deed onderzoek in Sri Lanka en werkte mee aan aidspreventieprogramma’s in diverse landen. Van 1989 tot zijn emeritaat was hij hoogleraar ‘Gezondheidszorg in ontwikkelingslanden’ aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Ivan Wolffers is getrouwd met schrijfster en kunstenares Marion Bloem, ze hebben een zoon en drie kleindochters.