Waarom Grote Verzoeners zeldzaam zijn

Er zijn allerlei gevaarlijke beroepen. In Nederland loop je het meeste risico als je metaalarbeider wordt. In Mexico kun je maar beter geen politieagent zijn en in zuidelijk Afrika sterven veel vrachtwagenchauffeurs. Maar er is één beroep – of moeten we zeggen roeping – dat nog riskanter is. Dat is dat van Verzoener.

Verschenen in Klooster!, voorjaar 2020

Een van de grootste maatschappelijke vraagstukken van onze tijd is de polarisatie. Er hoeft maar een onderwerp op te komen – denk aan Zwarte Piet, vuurwerk, klimaatverandering, migratie en vluchtelingen – of er ontstaan felle discussies tussen voor- en tegenstanders.

Of discussies… waren het dat maar. Bij een echte discussie immers willen mensen nog iets van elkaar leren. Onze maatschappelijke debatten lijken soms meer op ordinaire scheldpartijen of onverzoenlijke loopgravenoorlogen.

Je zou soms willen dat er verzoeners opstonden, die de boel een beetje bij elkaar zouden houden, zoals de gevleugelde woorden van de toenmalige Amsterdamse burgemeester Job Cohen luiden. Of liever nog: die ons naar een hoger plan zouden tillen. God weet dat we wel wat vooruitgang kunnen gebruiken.

Als de rol van verzoener u wel wat lijkt, in het klein of in het groot, dan is het leerzaam om naar grote voorbeelden te kijken. Maar wees gewaarschuwd: het is een moeilijk vak en risicovol bovendien. Weinigen beschikken over de talenten die nodig zijn, en degenen die dat wel doen, raken nogal eens vermalen tussen partijen of worden het mikpunt van boosheid en frustratie van extremisten.

Grote dode verzoeners

Er zijn in de geschiedenis enkele grote verzoeners geweest die vrijwel iedereen kent. In de afgelopen eeuw waren dat bijvoorbeeld Mahatma Gandhi (1869-1948), die geweldloos de Engelsen India uitkreeg en een burgeroorlog voorkwam. En Martin Luther King (1929-1968), die geïnspireerd door Gandhi de burgerrechtenbeweging in de VS op gang bracht en daarmee eindelijk de (officiële) segregatie tussen zwarte en witte mensen in zijn land hielp beëindigen.

En wat te denken van Nelson Mandela (1918-2013) en Desmond Tutu (1931)? Deze Zuid-Afrikaanse leiders begeleidden de overgang van het apartheidsregime naar een democratie door in 1995 een waarheids- en verzoeningscommissie in te stellen. Niet om de schuldigen van het racistische bestuur van hun land te straffen, maar om het verleden te verwerken en zo een gezamenlijke toekomst mogelijk te maken.

Van dit rijtje is Tutu de enige die nog leeft. Je moet altijd voorzichtig zijn om iemand die nog leeft bij de Grote Verzoeners te scharen. Je weet nooit hoe ze zich ontpoppen. De Birmese Aung San Suu Kyi (1945) werd lange tijd gezien als de stem van de vrede in haar land. Ze kreeg er zelfs de Nobelprijs voor, in 1991. Maar nadat ze in 2016 de macht overnam verbleekte haar ster, met name door het moorddadige opjagen van de Rohingya door het leger van haar land.

Afgelopen jaar kreeg de Ethiopische leider Abiy Ahmed (1976) de Nobelprijs voor zijn doorslaggevende rol in de vrede met buurland Eritrea. Maar wat zal er van zijn flitsende start als verzoener overblijven als de strijdende partijen in zijn eigen regio toch vooral hun eigen belang blijven dienen? Wordt hij dan afgezet of wordt hij toch een autoritaire leider zoals die in veel Afrikaanse landen aan de touwtjes trekken?

Lessen van verzoeners

Grote Verzoeners spreken tot de verbeelding. Ze zijn vaak larger than life. Het zijn vaak mensen die een aantal bijzondere talenten combineren. Laten we er eens een paar onder de loep nemen. Wat moet je kunnen als verzoener?

Op de eerste plaats moet je het grote plaatje kunnen zien. Grote verzoeners zijn vaak opvallend belezen. Ze zijn nieuwsgierig naar andere manieren van leven en denken, naar historische omstandigheden, nieuwe uitvindingen. Ze hebben overzicht en begrijpen van welke grote historische beweging ze deel zijn, zoals de emancipatie van een bevolkingsgroep of het afscheid van buitenlandse overheersers.

Als verzoener ga je dus niet een ander luidkeels verketteren, maar neem je de tijd om je je verdiepen in zijn achtergronden. Zo houd je je geest ruim. De Indiër en hindoe Gandhi bijvoorbeeld liet zich regelmatig positief uit over Jezus van Nazareth en over het jodendom – de wortels van de religie van de Britse bezetter.

Vervolgens zien verzoeners ook het kleine plaatje. Daarmee bedoel ik dat ze ook oog hebben voor de feitelijke mens die voor hen staat. Vrede ontstaat immers niet tussen ideeën, maar tussen concrete mensen met hun eigen geschiedenis, ervaringen en gevoeligheden, en met hun eigen tempo van ontwikkeling. Een verzoener gunt een ander iets, ook als hij of zij het niet met hen eens is of hen onsympathiek vindt.

Diplomatiek talent kan daarbij helpen, zoals de Nederlanders Max van der Stoel (1924-2011) en kardinaal Willebrands (1909-2006) lieten zien. Van der Stoel speelde als minister van buitenlandse zaken en vooral als diplomaat voor de Verenigde Naties een indrukwekkende rol in het oplossen en voorkomen van tal van conflicten, door zowel vriendelijk als onkreukbaar mee te denken met alle partijen.

Willebrands zorgde er zowat eigenhandig voor dat de rooms-katholieke kerk na de Tweede Wereldoorlog weer vriendschappelijke banden kreeg met al eeuwen afgescheiden kerken. Een van zijn wapens was, naar verluid, zijn talent om het juiste betekenisvolle cadeau te vinden voor de leiders van protestantse en orthodoxe kerken die hij ontmoette.

Grote lijnen zien én de concrete mens – dat valt al niet mee. Er zijn nog meer spagaat-achtige combinaties van eigenschappen nodig, wil je een verzoener zijn.

Zo moet je zowel charismatisch zijn als bescheiden. Je moet een visie kunnen presenteren op de toekomst, zodat mensen vertrouwen in je hebben, enthousiast worden, met je mee willen doen. En tegelijk moet je praktisch zijn en geen groot ego hebben. Want je moet bereid zijn om compromissen te sluiten en samen te werken, zelfs met mensen die jou of jouw mensen hebben bestreden, gevangen gezet of onderdrukt.

Een van de favoriete citaten van Nelson Mandela was: ‘Een heilige is een zondaar die het blijft proberen’. Mandela wist dat zijn werk een kwestie van taai volhouden was en dat hij actief zijn voormalige tegenstander moest vergeven, ook al had die de zwarte mensen geknecht en hemzelf 27 jaar (!) lang gevangen gehouden.

Vervolgens kan het heel erg helpen als je oog hebt voor bijzondere gebaren: woorden of daden die mensen meteen verstaan en die je missie samenvatten. Denk aan Mahatma Gandhi en zijn spinnenwiel: om de Britse bezetter van India te treffen besloot Gandhi namelijk zijn eigen kleren te gaan weven. Met dat voorbeeld, dat door miljoenen werd gevolgd, bracht hij de Engelse stoffenproductie op vreedzame wijze een gevoelige klap toe.

Of denk aan de magistrale toespraak van Martin Luther King, die in 1963 in het hart van de Amerikaanse hoofdstad Washington de woorden sprak: ‘Ik heb een droom…’ 250.000 mensen waren erbij, miljoenen hoorden en zagen de opname van zijn speech en vergaten het nooit meer.

Overigens is het niet altijd goed te voorspellen welk woord of gebaar blijft hangen. Toen de Duitse bondskanselier Angela Merkel in 2015 Wir schaffen das zei, wist ze misschien niet dat die woorden symbool zouden worden voor de wil om samen door de ergste vluchtelingencrisis van naoorlogs Europa te komen – en dat ze erom gehaat zou worden.

Want tenslotte moet je als kandidaat-verzoener bereid zijn om diep gehaat of zelfs bedreigd te worden, zonder zelf met geweld te reageren. De grootste icoon van deze levenshouding is Jezus van Nazareth, die nog op het kruis bad voor degenen die hem martelden en vermoorden. Hij werd daarmee een voorbeeld voor velen.

Een manier om met haat om te gaan demonstreerde Barack Obama, van 2008-2016 president van Amerika. Hij kreeg vanwege zijn huidskleur met zoveel wantrouwen en boosheid te maken, dat hij zich met zijn vrouw Michele voornam hun waardigheid nooit te verliezen: When they go low, we go high.

Een echte verzoener moet bovenal gevoel voor humor hebben, als tegengif tegen haat of als een manier om een aanval om te buigen. In de evangelieverhalen staan heel wat voorbeelden van Jezus. Befaamd is zijn antwoord op de vraag: ‘Moeten we belasting betalen aan de Romeinse bezetter?’ Jezus antwoordde: ‘Wiens hoofd staat op de munt? Geef aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is’. En zijn advies aan een meute mannen die een overspelige vrouw wilde stenigen is spreekwoordelijk geworden: ‘Wie zonder zonden is, werpe de eerste steen’.

Een eigentijdser voorbeeld van de geestige slimheid van een echte verzoener is de reactie van de zwarte bisschop Desmond Tutu op een witte racist die hem tegemoetkwam op de stoep. De man zei dreigend tegen hem: ‘Ik ga niet opzij voor gorilla’s’. Tutu stapte ogenblikkelijk van de stoep af en sprak: ‘O, maar ik wel!’

Een gevaarlijke roeping

Verzoener zijn is gevaarlijk. Denk behalve aan Jezus aan het lot van Gandhi, Martin Luther King, de Israëlische premier Rabin, de Egyptische president Sadat, bisschop Oscar Romero uit El Salvador of van Joes Kloppenburg. Ze werden allemaal vermoord, de laatste omdat hij dronken geweldplegers op straat aansprak op hun gedrag, de meesten door extremisten.

Er is namelijk iets onuitstaanbaars aan hoe verzoeners zich opstellen: ze kiezen geen partij en maken zich los van de dynamiek van een conflict. Dat is niet te verteren voor mensen die belang hebben bij de status quo of die zich helemaal geïdentificeerd hebben met één partij. Zo sprak Jezus zich niet uit tegen de Romeinse bezetters of voor het joodse establishment – en dus werd hij door geen van de partijen beschermd. Net zo koos Gandhi geen partij voor hindoes en tegen moslims – en dus werd hij doodgeschoten door een hindoe-extremist, wiens wereldbeeld hij bedreigde.

In het klein kan het ook gebeuren dat de verzoener van een conflict in de buurt, de familie of de voetbalvereniging nergens echt bij hoort – en kwaaie koppen krijgt als de ruzie toch weer oplaait.

Dit gevaar is niet goed te bezweren. Het is het grootste risico van het vak. Als verzoener doe je er vooral goed aan om niet alle aandacht te leggen bij de extremen in een conflict. Dat inzicht komt van filosoof Bart Brandsma, die zich verdiept heeft in hoe polarisatie werkt en daar een boeiend boek over schreef (Polarisatie. Inzicht in de dynamiek van wij-zij denken).

Brandsma beschrijft polarisatie als de strijd van mensen met tegengestelde meningen om de mensen in het midden naar hun kant te krijgen. De fout die verzoeners vaak maken, is dat ze voor dialoog willen zorgen tussen de extremen. Daarmee gooien ze met de beste bedoelingen olie op het vuur, zegt Brandsma, want de schreeuwers krijgen er meer aandacht door.

Het beste kun je je richten op de mensen in het midden, leert hij. Als je dus een verzoener wilt zijn, geef dan je aandacht vooral aan degenen die best wat willen leren of durven te veranderen. Zo zouden we samen verder kunnen komen, in het klein en misschien ook in het groot.

Terug naar boven