Ze waren veertien jaar getrouwd en de scheiding was pijnlijk. Maar daarna werden ze alsnog een ‘gouden koppel’: Gerard Cox en Joke Bruijs speelden samen in het theater en natuurlijk in zestien seizoenen Toen was geluk heel gewoon. ‘Mensen willen ons bij elkaar zien.’

Voor Magazine KBO-PCOB maak ik grote interviews, zoals deze. Verschenen in november 2018. Foto: Janita Sassen 

Ze komen gearmd en ginnegappend aangelopen, Gerard Cox en Joke Bruijs: twee mensen die zichtbaar bij elkaar op hun gemak zijn.

‘Het gekke is: mensen willen ons bij elkaar zien’, het is zo ongeveer het eerste wat Gerard Cox zegt. Hij doelt daarmee op het succes van de serie Toen was geluk heel gewoon en de twee theaterprogramma’s die daarna kwamen. Maar het gaat nog wel een slagje dieper. Want Joke en Gerard hebben iets gepresteerd wat veel mensen zal aanspreken: ze zijn gescheiden geliefden die kunnen samenwerken én bevriend zijn.

Zelf zien ze dat niet als een prestatie, overigens. Het is gewoon zo gegaan. Tijdens hun samenzijn, van 1973 tot 1987, werkten ze vrijwel nooit samen. Gerard: ‘Ik was van het kritische geëngageerde cabaret en zij was van de Mounties. Dat waren verschillende werelden’.

Die werelden kwamen bij elkaar toen hij zijn hit Mooie zomer had. Gerard: ‘Daar moest ik natuurlijk de publiciteit mee in. Dus ook naar het tv-programma Op losse groeven, daar was zij een van de vaste zangers.’

Joke: ‘Hij wilde eigenlijk niet naar dat programma, maar hij wist dat ik erin zat en hij vond mij een lekker wijf. Dat mag ik toch wel zeggen, Gerard?’

Gerard: ‘Ja, zeer lekker. Je viel reuze mee…’

Joke: ‘Hij verleidde mij om naar zijn programma met Frans Halsema te komen en zo begon het. We hadden dezelfde achtergrond, allebei uit Rotterdam-Zuid, vader in de haven gewerkt: we deelden veel. Hij was knap en charmant en hij zong liedjes voor me, Franse chansons. Je moet wel van steen zijn als je dan niet gaat glijden.’

Ze kijkt ondeugend. ‘Eigenlijk heeft hij me in mijn beste jaren gehad, van mijn 21e tot mijn 35e. Belegen heeft hij mij niet meer genomen…’

Ze vertellen over de idylle van die jaren. In 1975 kochten ze een boerderij in Mijnsherenland, onder Rotterdam. Gerard woont er nu nog. Zijn twee kinderen uit zijn eerste huwelijk kwamen er graag, er waren kippen, honden, katten, geiten en een paard, er kwamen vaak buurkinderen spelen en stadse gasten logeren.

En toch raakte na een heel aantal jaren ‘de koek op’. Dat was een verdrietige tijd, ze willen er allebei niet veel over kwijt. Maar alleen de herinnering al dempt even de vrolijke sfeer waarin het gesprek begon. Gerard: ‘Het was op en dat wisten we allebei. We besloten dat we elkaar niet tot onze dood hoefden te zitten pesten.’

Joke: ‘Het was de slechtste tijd van mijn leven. Maar het was ook een goede beslissing.’
Gerard: ‘We kijken er allebei zonder rancune op terug’.
Joke: ‘Het was zo onbevangen, dat we elkaar niet zijn gaan haten. Dat zie ik ook wel eens anders.’

Gerard knikt naar een stel dat verderop aan een tafeltje zit: ‘Kijk, daar zitten er weer twee. Samen, maar allebei de hele tijd op hun telefoontje. Dat snap je toch niet?’

Het pas gescheiden stel kreeg al binnen een jaar de vraag of ze samen in een tv-serie wilden spelen. Dat was Vreemde praktijken, dat uitgroeide tot de kijkcijferhit Toen was geluk heel gewoon, die ze tussen 1994 en 2009 zouden maken. Allebei waren ze verbaasd dat de ander ja zei. Gerard: ‘Nu hebben we dus langer een echtpaar gespééld dan we er een zijn geweest.’

De goede samenwerking heeft het vonkje van de liefde niet meer aangeblazen. Joke: ‘Ik herinner me alleen dat vreemde gevoel als we in het begin naar huis gingen na het repeteren in Hilversum. Dan reden we samen over de A12, bij de splitsing ging hij richting Rotterdam en ik richting Den Haag. Dat was raar, ik voel dat nu soms nog als ik daar rijd.’

Gerard: ‘We zijn natuurlijk heel anders dan de echtparen die we spelen. Bij Toen was geluk was zij de normale van ons tweeën. Jaap Kooiman was vooral dommig, rechtlijnig, naïef. Heel leuk om te spelen en al die incorrecte dingen te zeggen. Al denken mensen soms dat ik echt zo ben.’

Momenteel wordt er gewerkt aan een nieuwe comedy, waarin de twee ook een rol spelen. Joke: ‘Dit keer zijn we geen echtpaar, we leren elkaar kennen.’

Er is tussen de twee een grote kameraadschap gegroeid, vertelt Gerard. ‘Die vriendschap was er eigenlijk al in ons huwelijk. Nu delen we onze vriendenkringen in Den Haag en Rotterdam. Het is gezellig met haar en ze heeft een goeie keus van mannen. Met Boris, haar tweede man, kon ik het goed vinden en ook Frits Landesbergen, haar huidige man, is een fijne vent.’

Joke: ‘Als wij op vakantie gaan, komt Gerard soms ook een paar dagen’.
Gerard grijnst ondeugend: ‘Een paar dagen. En dat is genoeg’. Gerard heeft wel relaties gehad, maar is niet meer gaan trouwen of samenleven. ‘Een vrouw wil altijd gaan redderen en dingen veranderen’, zegt hij. ‘Dan wil ze bijvoorbeeld dat ik een nieuwe keuken neem. Terwijl de oude het nog doet! En inmiddels ben ik zo oud dat ik het een vrouw niet wil aandoen dat ze misschien volgend jaar achter een rolstoel loopt.’

Het is waar, Gerard Cox is 78, al oogt hij zeer fit. ‘Dat ben ik ook’, zegt hij. ‘Maar je weet het nooit. We hebben al heel wat mensen plotseling zien sterven…’ Hij zwijgt even en leunt naar voren. ‘En bij mijn laatste bloedonderzoek vroeg zo’n jong ding: “Komt u nog wel eens buiten?”’

Hij schatert het uit. Joke haakt onmiddellijk in. ‘Het voordeel van ons samen zijn is dat mensen soms denken dat ik net zo oud ben als hij, en niet twaalf jaar jonger’, lacht ze. ‘En dus krijg ik heel vaak het compliment: “Wat ziet u er goed uit voor uw leeftijd!”.’

Zo hebben Joke en Gerard een grote rol gespeeld in elkaars leven. Gerard: ‘Ze was een grietje van 21 toen ik haar leerde kennen. Maar ze was toen ook al levendig en verstandig. Ik heb haar zien uitgroeien tot een vakvrouw.’

Joke: ‘Daar heb jij ook aan meegeholpen. Jij gaf me in het begin sprookjes en kinderboeken zoals Winnie de Poeh, toen je hoorde dat in ons gezin niet werd gelezen. Die boeken heb ik nu nog. Jij was een nuchtere man in dat showwereldje en je nam mij serieus. Dankzij jou ben ik ook beter gaan zingen in het Nederlands. Je moet weten wat je zingt, zei jij altijd.’

Gerard: ‘Als jij je ergens aan verbindt, dan geeft je honderd procent. Je zal nooit verzaken. Een van de fijnste complimenten die ik ooit kreeg was van cabaretier Jacques Klöters: “Als ik jou vraag, valt het nooit tegen”. Dit vak is ook een ambacht, waar je hard voor moet werken. Jij weet dat en je doet het.’

Joke: ‘En je moet ervan genieten. Dat heb ik ook van jou geleerd. Vorig jaar vierde ik mijn 50e jaar op het podium met een galaconcert in de Doelen. Het was groot en geweldig, met allemaal gastoptredens. Ik was heel gespannen. Maar vlak van tevoren pakte Gerard me vast en zei: “Dit gebeurt maar één keer. Vergeet je niet zelf te genieten?” Dat lukte toen ook, door wat hij zei.’

*

Vijf hoogte- en dieptepunten van Gerard en Joke 

  1. De kennismaking

Joke: ‘Dat we elkaar leerden kennen en verliefd werden. Ik herinner me hoe ik soms naast hem wakker werd en meteen dacht: “Het is dus echt waar!” Zo vol verwondering zijn over de liefde, dat gevoel heb ik daarna nooit meer zo gekend.”
Gerard: ‘Ja, we hebben echt geluk gehad’.

  1. De scheiding

Ze weten het allebei nog precies: hoe het ging, wanneer de beslissing viel dat het niet meer ging, hoe verdrietig ze zich voelden. Joke: ‘Ik hou dat liever voor mezelf’. Gerard: ‘Het was heel droevig, maar we hebben elkaar nooit de schuld gegeven. En we hebben het achter ons gelaten.’

  1. De moeilijke jaren

Gerard: ‘Ik heb een aantal jaren gehad waarin ik mooie programma’s maakte, maar er niemand naar het theater kwam. Financieel was het een ramp. Voor de buitenwereld hield ik me goed, maar het ging slecht met me. Waar deed ik het allemaal voor? Gelukkig kon ik met Pleuni Touw en Hugo Metsers meedoen in het blijspel Gekke Mensen (1979). Dat was de ommekeer, al duurde het nog een tijd voor het weer goed ging. Het was een verschrikkelijke tijd, en tegelijk heb ik er meer van geleerd dan van mijn successen.’

  1. De erkenning

Joke: ‘Dat ik gevraagd werd om bij cabaret Don Quishocking te komen spelen, in 1987, dat was een hoogtepunt. Ik was lange tijd die vrouw van de Mounties, ik hoorde bij het amusement. Nu mocht ik bij een gerespecteerd gezelschap spelen. Ik ben er een betere artiest geworden, want ik werd geregisseerd en kreeg aanwijzingen, waar bij de Mounties alles op het spel van het moment aankwam. Gerard zei me: “Jij kan dat”, en ik kon het.’

  1. Het ‘gouden koppel’

Gerard: ‘We maakten tussen 1994 en 2009 Toen was geluk heel gewoon, maar hadden nog nooit samen in het theater gestaan. Die kans kregen we met Alles went behalve een vent (2014) en De Oasebar (2016). Ik had in geen twintig jaar in het theater gestaan, dus ik vond het spannend. Maar de mensen genoten, en wij ook.’
Joke: ‘Ze noemden ons Het gouden koppel. Wat een feest was het om dat samen te doen.’

*

Levensloop

Gerard Cox (1940) werd geboren in Rotterdam-Zuid. Hij begon als onderwijzer en werd afgewezen op de toneelschool, maar ontpopte zich als een veelzijdig artiest. Hij maakte luisterliedjes, speelde in blijspelen, was een succesvol cabaretduo met Frans Halsema en was betrokken bij theatergroep Lurelei en het radioprogramma Cursief. Ook films en musicals kwamen op zijn cv. Hij is ook bekende Rotterdammer met een scherpe tong over veranderingen in ‘zijn’ stad of wat hij noemt de ‘vermokuming’ (de Amsterdamse invloed) van Nederlandse media. Hij is vaste regisseur van Het Echt Rotterdams Theater.
Gerard heeft twee volwassen kinderen uit zijn eerste relatie en woont in Mijnsherenland.

Ook Joke Bruijs (1952) komt uit Rotterdam-Zuid. Ze begon als zangeres, maar werd ook als snel actrice in het theater. Ze werkte samen met Jan Blaaser, De Mounties, Mini & Maxi, Don Quishocking en André van Duijn. Ook speelde ze in musicals, blijspelen en speelfilms. Ze werd in 2013 onderscheiden met de Erasmusspeld, wegens haar verdiensten voor de stad Rotterdam.
Joke woont in Wassenaar met haar man, muzikant Frits Landesbergen.

Gerard Cox en Joke Bruijs waren samen van 1973 tot 1987. Na hun huwelijk speelden ze vaak en met succes een echtpaar, zoals in Vreemde praktijken en de hitserie Toen was geluk heel gewoon. Gerard schreef de scenario’s samen met Sjoerd Pleysier. Er kwamen maar liefst 226 afleveringen in zestien seizoenen (!), en een speelfilm toe.