Er zijn heel wat generaties gelovigen geweest die de eindtijd verwachtten. En hoewel voor ieder van hen de tijd inderdaad eindigde, is de eindtijd nog niet gekomen.
De zomer was lang en warm. Ik houd ervan, augustuskind zijnde. Maar als ook de groene velden van Engeland geel kleuren en Europa op een aantal plekken letterlijk in brand staat, krijgt zelfs de onbezorgdste tijd van het jaar iets dreigends.
Ik vraag me af hoe onze voorgangers in geloof dat deden in hun tijd, vrezend voor de eindtijd door oorlogen, pestplagen, honger, onderdrukking, natuurrampen of invallende barbaren. Nu is er oorlog in de verte en politieke en maatschappelijke onrust en vooral de zichtbare stress van de natuur; van onze medeschepselen die ten onder gaan aan menselijk gedrag. Wat komt er allemaal nog op ons af aan droogte, stortbuien, vluchtelingenstromen? Of komt er een dag dat we het zelf hogerop moeten gaan zoeken en de Dominicus onder water staat? Hoe leven we hierin eerlijk en goed, Hem achterna?
Ik zou willen dat ik daar antwoorden op had maar verdomme, ook na vijf jaar (ja, echt waar) als pastor in de Dominicus heb ik dat niet. Prediker zonder woorden ben ik.
Zo mijmerend in de trein komen beelden op van de zomer, en heel specifiek van drie dagen in het Zuiden van Engeland, in en om Brighton. Laat het maar aan een theoloog over om te denken dat iets met drie dagen erin iets te zeggen heeft over opstand en opstanding.
Op de eerste dag beleefden geliefde en ik een concert van Nick Cave met 50.000 mensen, in de stad waar elf jaar geleden zijn vijftienjarige zoon van een klif viel en stierf. Je voelde hem met zijn fenomenale band van vooral oudere muzikanten hard werken om zijn emoties te kanaliseren en op te tillen tot iets overstijgends, zoals hij dat ook met zijn muziek doet en met zijn Red Hand Files, waarmee hij op levensvragen van fans reageert. Een oefening in levenskunst was het, een uiting van gewonde en gegroeide liefde.
Daags erna zag ik voor het eerst een Pride-Parade: Brighton puilde uit van de gays en queers en ik was ontroerd toen ik de mensen zag in de optocht, zo verschillend en zo stralend, omdat ze de gelegenheid hadden om zich te tonen zoals ze zijn, opgetild door muziek en juichende toeschouwers.
En op de derde dag, op zondag, gingen we naar de stokoude anglicaanse dorpskerk van Hassocks, waar een vrouwelijke priester al even stralend de viering leidde en ons in vol ornaat omhelsde bij de communie. Het kerkje was als een heel oude huiskamer waar met echte devotie de liturgie werd gevierd en onze aandacht werd gericht op… ja, op wat? Op samen, op levenskracht, op dankbaarheid dwars door alles heen. En op koffie naderhand en een warme uitnodiging mee te doen.
Het klinkt als zo weinig, maar ik dacht aan de Dominicus en aan hoe we daar midden in dit rommelige bestaan momenten als deze helpen maken. Ruimte voor God of hoe je Haar ook noemt, voor jouw ziel en de mijne, en voor elkaars zijn. Of het voldoende is als de wereld verder opvlamt? Dat wisten ook onze voorgangers niet, en toch hebben ze iets doorgegeven dat leven geeft.
Verschenen in de Dominicuskrant, september 2026
Reacties door Arjan
Ode aan welwillende kapitalisten
Hartelijk dank voor de aansporing en de links!
Met Dominicus de kroeg in
Dag Roy, dank je wel! Ik laat de uitgeverij weten ...
Genade: bewust het heen en weer krijgen
Dank je wel Martin, mooi dat die gedachte bij je ...
Over God praten is gemakkelijk
@Chris: dank je wel, voor je lezen en je reactie ...
Een land waar alles steeds groter werd
Jan van Betten heet hij. Zie http://nudge.nl/over-ons/mensen/team