Jan Terlouw. Natuurmens

Zijn tv-praatje bij De Wereld Draait Door ging het land door als een schokgolf: tallozen herkenden zich in het pleidooi van schrijver en oud-politicus Jan Terlouw voor meer zorg voor de aarde en meer onderling vertrouwen. Een gesprek over leven, dood en mysterie. ‘Het leven zou treurig zijn als er geen verdriet was.’

Verschenen in Nestor, tijdschrift van de Unie KBO, april 2017. Coverfoto Mark Kohn

Ook in het echt oogt Jan Terlouw (85) sterk en fragiel tegelijk. Maar vandaag ontbreekt de twinkeling waardoor hij nog steeds iets jongensachtig heeft. Zijn broer is net overleden, zegt hij meteen bij binnenkomst in zijn landelijke huis in het Gelderse Twello.

Maar het interview kan doorgaan, zegt hij beslist. ‘Het is razend druk. Behalve dit verdrietige afscheid komen er sinds de uitzending bij DWDD ongelofelijk veel aanvragen binnen voor lezingen, ontmoetingen, adviezen. Het meeste moet ik afhouden.’

Gecondoleerd met uw verlies. Wat verklaart die aandacht?

‘Ik mocht van DWDD als verjaarscadeau de kijker toespreken. Ze gaven me de ruimte en lieten het me zonder filmpjes doen, recht in de camera. Toen ik mijn verhaal hield, gebeurde er iets in de studio en op internet. Blijkbaar raakte ik iets. En dat was niet zozeer dat ik het had over hoe we de aarde verwoesten, maar over hoe belangrijk het is dat we elkaar vertrouwen. Het was een toevalstreffer, blijkbaar sprak ik op het juiste moment op de juiste manier.’

U raakte ook ontroerd.

‘Als oude man zonder belangen kon ik vrijuit spreken. Op het einde van mijn praatje keek ik Matthijs van Nieuwkerk aan en zag ik achter hem allemaal jonge mensen zitten. Ik realiseerde me: ik heb nauwelijks nog toekomst, daar zit de toekomst, voor hen doen we het. We moeten hen niet op een verschraalde aarde laten wonen, want dat is waar we naar op weg zijn. Er komen deze eeuw nog miljoenen klimaatvluchtelingen aan: mensen die wegtrekken omdat hun land verdroogt tot woestijn en onleefbaar wordt.’

Misschien snakken mensen naar dat grotere verhaal.

‘Politici zijn managers geworden die problemen willen oplossen. Maar je hebt ook leiders nodig die richting geven. Toen ik in de politiek zat hadden we meer ideologische discussies over wat we rechtvaardige oplossingen vonden. Er werd ook geknokt, maar we spraken meer over de betekenis, over het waarom, over wat ons bezielt.’

Waarom gebeurt dat nu zo weinig?

‘Onze wereld is zakelijker geworden en we zijn rijker dan destijds. Als mensen rijker worden, worden ze ook angstiger, want ze hebben meer te verliezen.

Er is nog iets anders. Ik ben van een partij die voor individualisme en tegen overheidsbetutteling is. Toch merk ik dat het individualisme ook negatieve kanten heeft en dat we elkaar nodig hebben. We zijn geen maatschappij, maar een samen-leving.

De ontkerstening van de samenleving heeft de ideologische discussie doen verzwakken. Ik ben niet religieus, maar ik zie wel dat religies helpen om na te denken over goed en kwaad en over verantwoordelijkheid.’

Uw kinderboeken gaan volop over goed en kwaad.

Guitig: ‘Er wordt wel eens gezegd dat ik een moralist ben en dat kan ik niet ontkennen. En dat hoor je ook te zijn. Want wat is wezenlijk aan een mens, in vergelijking met andere organismen? Dat zijn twee dingen: we hebben veel meer taal en we zijn de enigen die moeten kiezen tussen goed en kwaad. Als we het daar niet over hebben, dan gaat er iets mis. In mijn boeken doe ik dat.’

Vreest u de toekomst voor onze kinderen en kleinkinderen?

‘Ik heb veel vertrouwen in de jonge mensen die ik ontmoet, hoe ze denken en doen. Het haalt zelden de krant, maar er is veel goeds aan de gang om de kwaliteit van het leven en de aarde te beschermen. Er zijn heel veel positieve mensen.’

Hoe houdt u uzelf bij de les?

‘Ik groeide op in dorpen. Mijn werkende leven bracht me naar steden, maar mijn hart ligt op het platteland en bij de natuur. Mijn vader had groene vingers, alles bloeide onder zijn handen. In de oorlog zat ik veel bij boeren en toen ik in de politiek ging, was ik meteen bezig met de Waddenzee en de Oosterschelde.

Nog altijd hebben we hier schapen en koeien en kippen, die we zelf verzorgen. Voor mij is dat natuurlijk, het hoort erbij. Als je grasland hebt, dan moet het begraasd worden. Als je etensresten hebt, dan moet je dat niet weggooien.’

Dus moeten we allemaal de natuur in?

‘Nee hoor, dat hangt van de persoon af. Het kan net zo goed muziek zijn of literatuur, of het verenigingsleven. Als je maar iets doet waar je hart in zit en wat jou relativeert. Ik moet nog wel eens denken aan iemand als Elvis Presley: een getalenteerd mens die beroemd werd en alsmaar meer wilde: meer geld, meer bewondering, meer drank en drugs – het was nooit genoeg. Geld en succes zijn verslavend.

Ik denk dat iedere mens er verstandig aan doet om, juist als er succes is, zich af te vragen: kan ik nog genieten van een madeliefje of van het gezelschap van anderen? Zo niet: richt je er dan op. Want als je het kleine niet meer mooi vindt, dan red je het niet als het leven tegenzit.

Vanmorgen waren we bij mijn overleden broer, met familieleden. Hoe erg het ook is: ik kon tegelijk ook zo genieten van de band die we hebben. Hoe we bij elkaar horen.’

Waarom bent u zelf niet verslaafd geraakt aan succes?

‘Mijn vrouw en kinderen en familie bleven kritisch en relativeerden mij. Het zal ook wel een beetje karakter zijn. En ik denk dat het heel goed is dat ik begonnen ben met wetenschap. Twijfel is de grootste vriend van de wetenschap. Mensen die alles zeker weten, ontwikkelen zich niet. Ik ben opgegroeid in een massief christelijk geloof, maar ik vind het mysterie veel mooier. Het is heerlijk om van daaruit te leven.’

Wanneer bent u dichtbij het mysterie?

‘Het einde van het leven is zo’n mysterie. Het verdriet om iemand die er niet meer is heeft ook iets ontzettend moois. Het zou pas echt treurig zijn als er geen verdriet was, want dan heeft het niets betekend. Mijn broer was me zeer nabij, in mijn kindertijd al. Hij was zo mild en geestig, we hebben zoveel plezier gehad. Het is vreselijk dat hij er niet meer is, maar ik ben ook dankbaar voor wat hij was.

Een van onze dochters heeft een paar maanden geleden haar man verloren, van wie ze zielsveel hield. Het verdriet is enorm, maar daar zit ook een enorme rijkdom in, want het is de andere kant van de diepe liefde die ze heeft mogen ervaren.

Mijn dochter beseft dat ze het verdriet moet lijden. Dat ze het niet moet wegdrukken, niet moet proberen het niet te hebben. Dat is heel wijs, maar het is ook moeilijk om aan te zien. Je bent als ouder zo gelukkig als je ongelukkigste kind.’

Bent u meer bezig met uw eigen dood?

‘In de volgorde van ons gezin was ik aan de beurt, maar mijn broer is gegaan. Mijn dood is nabij, maar ik denk er niet zoveel over. Het interesseert me een beetje hoe. Ik verlang naar de genadige dood van mijn vader. Onze dochter had hem om een Grieks spreekwoord gevraagd, op zondag toen we hem bezochten. Op maandag liep hij naar boven om het op te zoeken, hij kwam terug beneden, ging in een stoel zitten en was dood. Prachtig.’

Maar zonder afscheid te nemen.

‘Nee, dat kon niet. Maar als ik morgen ineens dood ben, dan heb ik met niemand van mijn naasten iets wat nog gezegd moet worden.’

Gaat er iets door?

‘We hebben vier kinderen en die dragen genen en gedachten van mij mee. En mijn boeken zullen nog wel een tijdje bestaan. Maar het gaat allemaal voorbij, op den duur. Zo is het leven.

De natuur helpt me om me te realiseren dat ik maar een piepklein radertje ben. Het leven op aarde en het heelal is zo ongelofelijk wonderbaarlijk. Ik zat eens op mijn terras met een kleindochter van dertien te kijken naar de sterren. Ik vertelde haar over de aantallen, de afstanden – en na verloop van tijd merkte ik dat ze zat te huilen, over haar kleinheid en uit verwondering over het bestaan. Dat is mooi en het troost ook mij.’

Kader

Jan Terlouw (1931) promoveerde als kernfysicus maar werd bekend als politicus van D66 en als (jeugd)boekenschrijver. Hij was onder meer Kamerlid (1971-1981), partijleider, minister van Economische Zaken en vicepremier (1981-1982), Commissaris van de Koningin in Gelderland (1991-1996) en senator (1999-2003).

Hij kreeg tal van prijzen voor jeugdboeken als Koning van Katoren, Oorlogswinter en Oosterschelde Windkracht 10. In 2016 publiceerde hij zowel een jeugd- als een volwassenenboek over klimaatverandering: Het hebzuchtgas en Kop uit het zand. Met zijn dochter Sanne schreef hij crimi’s. Met zijn vrouw Alexandra van Hulst kreeg hij vier kinderen en twaalf kleinkinderen. Ze wonen in Twello, waar het echtpaar een klein landgoed bewoont en bewerkt.

Tweet about this on TwitterShare on FacebookEmail this to someonePrint this pageShare on LinkedInShare on Google+

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.