KAPOTTE STOEPTEGELOp een dag, jaren geleden, deed ik mee aan een training. Ik kreeg de opdracht naar buiten te gaan om daar ‘verbinding te maken met de dingen’. Ik moest me afstemmen, aanvoelen hoe het is om steen, stof, blad, tak te zijn.

Ja, ik zuchtte ook, maar ik had besloten mee te doen en, nou ja. Daar liep ik dan. Ik keek naar blad en tak, naar auto en lak, naar hekwerk en vuilnisbak. Ik verveelde me en dacht: doe ik dit, op mijn vrije dag? Wanneer ga ik echt iets leren?

Ik ging zitten en zat de tijd uit. Ik keek naar een stoeptegel en verplaatste me erin. ‘Wat zielig’, dacht ik. ‘Daar lig je dan, koud en hard en helemaal ingeperkt. Je kunt geen kant op, en iedereen loopt over je heen.’

En opeens begon het me te dagen. Want wat zag ik nu eigenlijk? Dacht ik nou werkelijk dat die tegel daar lag te lijden, in al zijn onvrijheid? Of zag ik misschien niet die tegel, maar mijn eigen onvrije en droevige geest? Keek ik in feite naar binnen, terwijl ik naar buiten leek te kijken?

En hoe vaak deed ik dat eigenlijk zo, zonder het in de gaten te hebben?

*

Begin van de toespraak van 26 oktober 2014 in de Dominicus in Amsterdam, op basis van Matteüs 6,19-23 en een stukje uit Midas Dekkers, ‘De kleine verlossing of de kunst van het ontlasten’, p. 20. Klik hier voor de volledige tekst: Verzamel schatten in de hemel – Dominicus Amsterdam 26-10-2014

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.