the end

Ik ben gezegend met twee zoons. De een is zes en denkt nog steeds dat ik alles kan. De ander is achttien en denkt dat ik, hoewel een lieverd, er niet veel van bak.
Ze zijn me allebei even lief.

Allebei mijn jongens zijn verzot op films: over superhelden, monsters, boeven, krijgers, dinosaurussen – noem maar op. Gezien hun leeftijdsverschil kijken ze zelden naar dezelfde films, maar in verloop en eindes lijken die meestal wel op elkaar, want de meeste verhalen zijn gemaakt in Hollywood.

Als de Blijde Boodschap van Jezus Christus in Hollywood was geschreven, dan was Palmzondag de slotscène geweest. Het evangelie als roadmovie: een getalenteerde, oorspronkelijke man uit de provincie gaat op weg naar de grote stad, de heilige stad, het middelpunt van zijn geloof en zijn cultuur. Hij verzamelt leerlingen, vrienden, doet wonderbaarlijke dingen, geneest en doet opstaan, eet met hoeren en tollenaars, steggelt met rechtlijnigen en bekrompenen.

En als hij eindelijk aankomt, na drie jaar van avonturen, trekken de mensen palmtakken van de bomen en zwaaien ze ermee. Ze leggen hun jassen op de weg en juichen hem toe: Hosanna! Welkom Zoon van David! Gezegend jij, die komt in naam van de Eeuwige! En Jezus rijdt op een ezeltje in plaats van een paard. Wat een triomf voor het soort koning dat hij wilde zijn.
In Jesus, the movie, zou de camera nu uitzoomen van de blije man in zijn witte – natuurlijk witte – gewaad, over de juichende menigte heen, de zon zou schijnen op de witte muren van de stad. En de letters ‘The End’ zouden in beeld verschijnen.
Prachtig.

Maar Palmpasen is niet the end. Het verhaal van Jezus eindigt met andere woorden. Het scheelt maar een paar dagen en het is maar even buiten de stadsmuren, maar het is een wereld van verschil: het verhaal eindigt hangend aan een kruis, met de woorden: ‘Het is volbracht’.
Hollywood kan daar niets mee. Een verhaal hoort te eindigen als het slechte is verslagen en het goede heeft gewonnen. Niet als het goede, kort na zijn triomf ook nog eens, wordt afgemaakt als een misdadiger, als een loser!

Het mooie is wel dat Het is volbracht, beter dan The end, past bij het einde van onze eigen verhalen. We kennen allemaal onze momenten van triomf, maar aan het einde is er vaak aftakeling, een ziekbed, pijn, ontluistering soms, of een plotseling wreed einde.
‘Het is volbracht’ is – als we al in staat zijn dat te zeggen – meestal een moment van berusting, overgave – maar zelden van triomf.

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik heb vaak wel veel lol in een Hollywoodfilm, of ik nu met mijn jongste of mijn oudste meekijk. Het is duidelijk wie de slechterik is, de goeierik moet afzien, maar wint uiteindelijk glorieus (en krijgt het meisje, da’s ook leuk). En dan: The end.
Maar waarom heb ik er niet genoeg aan? Waarom blijf ik me leerling voelen, of ik wil of niet, van die man die aan het kruis stierf?

Jezus is tegendraads, verontrustend. Dat was hij bij leven, dat is hij in zijn lijden en sterven. Jezus staat voor een heel ander beeld van geslaagd zijn dan dat van Hollywood. Bij leven al reikt hij niet uit naar de winners, maar naar de losers. Voortdurend. Hij raakt ze aan, hoe verwerpelijk ze ook worden gevonden, hij verbindt zich met hen. En hij raakt in conflict met de winners – vooral met diegenen onder hen die denken dat ze geslaagd zijn…

volbrachtHet wordt nog erger: Jezus mislukt zelf, aangezien hij een paar dagen na zijn triomftocht wordt vernederd en uit de weg geruimd. En het meest verontrustende van alles is: juist die man, zo wordt ons gezegd, juist die mislukkeling was Zoon van God, zó één met hem, dat hij God belichaamde, in woord en daad, zelfs dwars door de dood heen.
De loser won.
Het is ongelofelijk. En toch is het veel waarder dan Hollywood.

Het is veel waarder omdat het aansluit bij de wereld zoals ze is. En dan heb ik het niet alleen over dat de meesten van ons niet sterven in triomf. Ik bedoel dat er zelfs in ons rijke, veilige, gezonde Nederland maar bar weinig mensen zijn die slagen.

Slagen: daarmee bedoelen we meestal mensen die gezond zijn, knap, gelukkig in de liefde, die gezonde kinderen krijgen, die een goede boterham verdienen en maatschappelijk aanzien hebben. En tot de financiële crisis – en misschien nu nog wel – geloofden we in de overtreffende trap van succes: dat je bakken met geld moet verdienen, hele grote auto’s rijden, bonussen uitgekeerd moet krijgen, drie maal per jaar verre vakanties moet maken; dat je geslaagd was als je kon pakken wat je pakken kon.

Maar denk eens aan uw eigen leven, of aan de mensen die u kent. Hoe velen van ons hebben een ‘geslaagd leven’? Is het niet zo dat verreweg de meesten van ons te maken krijgen of ten diepste getekend raken door – nou, noem maar op: beperkingen, ongewenst zijn, ruzies, onvermogen, zieke kinderen, stervende geliefden, ongelukkige ouders, burnout, depressie, impotentie, echtscheiding, eenzaamheid, ontslag, kinderloosheid, ziekte?

Onze cultuur doet nogal eens – niet alleen reclamemakers maar ook politici gaan daar graag van uit – onze cultuur doet nogal eens alsof geslaagd zijn normaal is, de standaard. En dat de mensen die niet slagen, of maar ten dele – dat die mensen afwijken van de norm. Wat niet lukt moet opgelost worden. Dan is het weer normaal.

In werkelijkheid is het precies omgekeerd: de mensen met ‘normale’ levens zijn uitzonderlijk, broddelen is de norm. Ik noem het broddelen omdat het daar vaak op neer komt: met de beste wil of met de moed der wanhoop proberen we er iets van te maken. En vaak, heel vaak zelfs, lukt dat heel aardig.

Dat is de eerste Blijde Boodschap die ik met u wil delen: wij broddelaars zijn normaal, de geslaagden zijn een minieme minderheid. Misschien is er vandaag zelfs geen enkel geslaagd mens hier in de kerk! Zijn we lekker onder ons!

Laten we elkaar (en onszelf) dus niet beoordelen op idiote beelden van wat succes is. Maar laten we elkaar bemoedigen, steunen en becomplimenteren als het ons lukt om onderweg een beetje aardige mensen te zijn en te blijven, voor onszelf en voor elkaar. Wat geniet ik van je humor. Wat ben jij een vechter. Wat mooi dat je je tranen durft te laten zien. Wat heb jij een zorg voor mij. Wat leer ik veel van je. Wat fijn dat ik naast je mag zitten, zelfs nu je even niet weet hoe het verder moet.
Elkaar het sacrament van de nabijheid geven, heeft een wijze pastor dat eens genoemd.

Maar ik wil nog een stap verder gaan, in mijn bezinning over het The end van Hollywood en het Het is volbracht van het Evangelie. Want wat is het dat Hollywood in mij aanspreekt? Stel nou dat het verhaal van Jezus geëindigd was met Palmpasen, wat zou er toch fijn aan zijn?

Behalve gewone mensen die helden worden, kent Hollywood ook een kaste van superhelden met superkrachten.
Behalve gewone mensen die helden worden, kent Hollywood ook een kaste van superhelden met superkrachten.

Hollywood vertelt ons dat de kleine mens, de eenling, het verschil kan maken: hij (meestal is het een hij) kan door zijn moed, doorzettingsvermogen en strijdvaardigheid winnen van zelfs een idioot grote vijand. Hollywood zegt: de kleine eenling kan groots zijn. En dat is een lekkere boodschap. Onze ego’s smullen ervan: die willen niets liever dan groot zijn. Nog groter worden. Die willen slagen. En het meisje krijgen, dat ook.

Het Evangelie vertelt ons precies het tegenovergestelde: het onbegrijpelijk grote, God zelf, wordt zichtbaar in een mislukte mens aan een kruis. Een mens die bleef geloven dat zijn kleinheid van begin tot einde omvat was en gedragen werd door een grootsheid.
Moeilijk hè, als er woorden bij komen als God, Geest, Menswording, Eeuwigheid. Allemaal pogingen om iets van dit mysterie aan te duiden. En het wordt de komende dagen nog rijker – en tegendraadser – met de verhalen van de Goede Week, tot aan Pasen en Pinksteren toe.

Je kunt er een leven lang mee bezig zijn, met dat verhaal. Maar de kern ervan is eenvoudig. Ongelofelijk, maar eenvoudig.

Mijn zoon van zes denkt dat ik alles kan. Mijn zoon van achttien denkt dat ik – ofschoon een lieverd – er niet veel van bak. De een ziet mijn grootsheid. De ander ziet mijn kwetsbaarheid.

brood-delenDe waarheid ligt in het midden, zijn we dan geneigd te zeggen. Maar dat is niet zo. De waarheid is dat ze allebei gelijk hebben. De waarheid is dat ik, dat u, dat jij en wij allemaal, tot aan Jezus aan toe; de waarheid is dat wij allebei zijn, voortdurend allebei tegelijk: groots ben je, kind van God ben je, deel van de eeuwigheid. En tegelijk ben je zo kwetsbaar: een broddelaar, die eens hoopt te kunnen zeggen dat het volbracht is, zo goed en zo kwaad als het ging.

De vraag die Jezus ons stelt, op Palmpasen en in de Goede Week, is: zie je het allebei? In mij, in jezelf, in wie je maar ontmoet: zie je het allebei? Zo groots als we zijn, en zo kwetsbaar, allebei, altijd.

En dat is een hele Blijde Boodschap.

Amen

*

Overweging tijdens de viering van Palmpasen in ‘de Dominicus’ in Amsterdam, 13 april 2014

 

Reacties

Bedankt voor je preek deze morgen Arjan! Prachtig.
Ik zal een fragment eruit voorlezen in onze Dominicus-meditatiegroep a.s. Woensdag.

vr.gr.

Dick de Korte

Mooi verteld, petekind. Je bent gezegend met de gave van het woord!
Je zusje stuurde het door. ZE WAS ZONDAG ONZE GAST: LEUK EN LIEF.
Groetjes van
tante Lies en oom Engelbert

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.